6 oktober 2007
Bosbeheer (lieren) bij Crailo


Karakteristiek is de kleinschalige afwisseling van akkers, bosjes en oude statige Beukenlanen. De bosjes zijn meest monoculturen bestaande uit Dennen, lariksen en andere naaldboomsoorten.

In een van die bosjes heeft Nardinclant met lieren een grote open plek gemaakt. De bomen zijn lieren omgetrokken. Met zagen zijn een heleboel Douglasboompjes omgezaagd.
De forse wortelkluiten zorgen voor de nodige dynamiek en variatie in het bodemmilieu. De ontstane kuil onder de wortelkluit biedt dekking en nestgelegenheid aan allerlei soorten zoogdieren, insecten enz. Boven op de wortelkluit vindt uitspoeling plaats van humus, waardoor er zich vegetatie van schrale bodems (zoals Struikheide) kan vestigen.
De omgetrokken bomen blijven liggen, zoals ook in een natuurbos, waar een storm heeft gewoed. De ‘omgewaaide’ lariksbomen  zullen op de stam uitlopen, waardoor er een prachtige struiketage ontstaat. Kortom zowel de horizontale struktuur (openheid van het bos) alsmede ook de verticale struktuur (gelaagdheid van het bos) wordt gevarieerder.
In de ontstane open ruimte zullen zich inheemse boomsoorten, zoals Berken en Zomereiken vestigen.